Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BD2599

Datum uitspraak2008-05-28
Datum gepubliceerd2008-05-28
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200706154/1
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bij besluit van 3 juli 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck (hierna: het college) aan [vergunninghoudster] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een rundvee- en varkenshouderij. Dit besluit is op 2 augustus 2007 ter inzage gelegd.


Uitspraak

200706154/1. Datum uitspraak: 28 mei 2008 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellanten], beiden wonend te [woonplaats], en het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck, verweerder. 1. Procesverloop Bij besluit van 3 juli 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck (hierna: het college) aan [vergunninghoudster] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een rundvee- en varkenshouderij. Dit besluit is op 2 augustus 2007 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit hebben [appellanten] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 augustus 2007, beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Er zijn nadere stukken ontvangen van het college en van [vergunninghoudster]. Deze stukken zijn aan de andere partijen toegezonden. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 mei 2008, waar het college, vertegenwoordigd door A. Hoelen, is verschenen. Voorts is [vergunninghoudster], vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord. 2. Overwegingen 2.1. Ingevolge artikel 20.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer kan, voor zover hier van belang, een belanghebbende tegen een besluit op grond van deze wet beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 2.1.1. Wanneer krachtens de Wet milieubeheer een vergunning voor het oprichten en het in werking hebben van een inrichting of een zogenoemde revisievergunning wordt verleend, zijn naast de aanvrager onder meer de eigenaren en bewoners van percelen waarop milieugevolgen van deze inrichting kunnen worden ondervonden belanghebbenden. [appellanten] wonen op een afstand van ongeveer 1.600 meter van de inrichting. Niet aannemelijk is geworden dat zij daar milieugevolgen van de inrichting kunnen ondervinden. [appellanten] zijn daarom geen belanghebbenden, zodat het door hen ingestelde beroep niet-ontvankelijk is. 2.2. Het beroep is niet-ontvankelijk 2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Taal, ambtenaar van Staat. w.g. Drupsteen w.g. Taal lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2008 325-578.